Un miel des environs de Wijk bij Duurstede
Les colonies se trouvent près de la Kromme Rijn et de la Noorderwaard. Berges, vergers, prairies, jardins, haies et fossés sont à portée de vol.
Un rayon de trois kilomètres
Les abeilles choisissent les meilleures sources de nectar et de pollen. Le paysage forme une mosaïque, et la composition du miel évolue au cours de l’année.
Début du printemps et floraison fruitière
Les saules offrent tôt pollen et nectar. Puis cerisiers, pruniers, poiriers et pommiers fleurissent autour de Wijk bij Duurstede et Cothen.
Mai et juin
Après les vergers, les abeilles visitent talus, haies et prairies. Trèfle, lamier et ronce sont utiles lorsque la fauche et la sécheresse laissent les plantes fleurir.
Été
Ronce, tilleul, trèfle blanc, chardons, salicaire et menthe aquatique soutiennent la miellée d’été.
Fin d’été et automne
Fleurs de jardin, sédum et asters soutiennent encore la colonie. Le lierre est une dernière ressource importante avant l’hiver.
Une situation particulière
La diversité fait la force du lieu. Chaque récolte reflète une combinaison différente de météo, floraisons et paysage.
Calendrier des floraisons autour du rucher
Een kalender is geen spoorboekje: warmte, regen, wind en maaien bepalen wanneer een plant werkelijk iets te bieden heeft.
-
Februari - maartVroege voorjaarsdracht
saule, aulne, noisetier, crocus en perce-neige
Eerste stuifmeel en opbouw van het broednest
-
April
Sterke croissance de printemps
-
MeiVol voorjaar
pommier, poirier, aubépine, pissenlit, fluitenkruid en dovenetel
Kans op voorjaarshoning
-
JuniStart étédracht
trèfle, ronce, tilleul en bermbloemen
Overgang naar de étédracht
-
Juli Maintenant
Possibilité de miel d’été
-
AugustusNaété
watermunt, kattenstaart, chardons en tuinplanten
Ondersteuning na de hoofddracht
-
September - oktoberLaatste grote bron
lierre, herfstaster, sedum en late tuinbloemen
Belangrijk voor sterke winterbijen
-
November - januariRepos hivernal
nauwelijks natuurlijke dracht
Het volk leeft vooral van de aangelegde voorraad
Un miel vraiment local
Un pot de miel Aristaios raconte le paysage de Wijk bij Duurstede.
Plantes mellifères en images
Voir le paysage avec les abeilles
Herkenbare planten uit het artikel. De beelden staan lokaal op deze website; bron en gebruikslicentie vind je bij iedere foto.
Schietsaule
De vroege katjes leveren onmisbaar stuifmeel wanneer er nog maar weinig anders bloeit.
Foto: AnRo0002 · CC0 1.0 · Wikimedia Commons
Els
Els geeft vooral vroeg stuifmeel: geen echte honingdracht, wel belangrijk voor de voorjaarsopbouw van het volk.
Foto: Bruce Marlin · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Hazelaar
Hazelaar is vooral een stuifmeelbron: nuttig voor broedzorg zodra de eerste bijen weer vliegen.
Foto: Robert Flogaus-Faust · CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Krokus
Krokussen zijn kleine maar vroege bronnen van nectar en stuifmeel in tuinen, parken en bermranden.
Foto: Nikita Karasik · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Sneeuwklokje
Op zachte dagen kunnen perce-neiges net dat beetje vroege nectar en stuifmeel leveren.
Foto: André Karwath aka Aka · CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons
Winterakoniet
Winterakoniet bloeit heel vroeg en trekt bij zacht winterweer al de eerste vliegende bijen.
Foto: Holger Krisp · CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Longkruid
Longkruid overbrugt het vroege voorjaar met nectar in buisvormige bloemen.
Foto: Uoaei1 · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Pruim
Pruimenbloesem kan kort maar krachtig bijdragen aan de vroege fruitdracht.
Foto: Christian Ferrer · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Kers
Kersenboomgaarden in de omgeving kunnen in april een duidelijke voorjaarsimpuls geven.
Foto: Thomas Schilling · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Peer
Perenbloesem hoort bij de korte maar belangrijke bloesemperiode van het voorjaar.
Foto: George Chernilevsky · Public domain · Wikimedia Commons
Appel
Appelbloesem geeft in korte tijd nectar én stuifmeel en helpt het volk snel groeien.
Foto: Fiver, der Hellseher · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Paardenbloem
Paardenbloemen geven in het voorjaar op veel plekken tegelijk nectar en stuifmeel.
Foto: Sebastian Stabinger · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Sleedoorn
Sleedoorn bloeit vroeg in hagen en struwelen en kan net voor de fleurs fruitières veel insecten trekken.
Foto: Rasbak · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Meidoorn
Meidoorn verlengt de bloesemperiode in hagen, erven en randen van het landschap.
Foto: Didier Descouens · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Esdoorn
Esdoornbloei kan in het voorjaar veel kleine bloemen tegelijk aanbieden: nectar én stuifmeel.
Foto: Krzysztof Ziarnek, Kenraiz · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Pinksterbloem
Pinksterbloem hoort bij vochtige graslanden en bermen en bloeit in de overgang naar vol voorjaar.
Foto: AnRo0002 · CC0 1.0 · Wikimedia Commons
Hondsdraf
Hondsdraf bloeit laag bij de grond en is in tuinen, bermen en randen een bescheiden maar nuttige bron.
Foto: Rasbak · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Witte dovenetel
Witte dovenetel bloeit lang en levert nectar in lipbloemen, vooral aantrekkelijk op beschutte plekken.
Foto: Hans Hillewaert · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Fluitenkruid
Fluitenkruid tekent de bermen in het voorjaar en biedt open schermbloemen aan veel insecten.
Foto: Rasbak · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Boterbloem
Boterbloemen zijn algemene voorjaarsbloeiers; ze zijn niet de grootste dracht, maar horen wel bij het mozaïek.
Foto: Dominicus Johannes Bergsma · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Witte trèfle
Witte trèfle kan lang nectar leveren, zolang maaien en droogte de bloei niet onderbreken.
Foto: Algirdas · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Wikke
Wikke groeit vaak in randen en ruigtes; de bloemen zijn vooral aantrekkelijk voor hommaulne en andere bijen.
Foto: Alpsdake · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Braam
Braam bloeit rijk langs hagen en ruigtes en levert de bijen nectar én stuifmeel.
Foto: MargaretAndArmand · CC0 1.0 · Wikimedia Commons
Linde
Op warme dagen kan tilleulbloei een krachtige étédracht en een herkenbaar aroma geven.
Foto: AnRo0002 · CC0 1.0 · Wikimedia Commons
Distel
Distaulne kunnen in ruige randen en bermen veel nectar leveren in de été en naété.
Foto: Ivar Leidus · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Kattenstaart
Kattenstaart houdt de dracht langs natte oevers en slootkanten in de naété op gang.
Foto: Ivar Leidus · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Watermunt
Watermunt houdt langs natte randen de naétédracht levend wanneer veel bermplanten al teruglopen.
Foto: AnRo0002 · CC0 1.0 · Wikimedia Commons
Berenklauw
Berenklauw biedt open schermbloemen waar veel insecten eenvoudig bij nectar en stuifmeel kunnen.
Foto: Christian Fischer · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Knoopkruid
Knoopkruid is een sterke nectarplant voor bermen en bloemrijke randen in de été.
Foto: Bff · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Guldenroede
Guldenroede kan laat in de été nog nectar en stuifmeel leveren, vooral in ruige zonnige randen.
Foto: Ivar Leidus · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herfstaster
Herfstasters zijn vooral in tuinen waardevol als late bloei voor bijen en andere insecten.
Foto: Uwe W. · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Sedum
Sedum of vetkruid bloeit laat en is in tuinen vaak druk bezocht wanneer de natuurlijke dracht afneemt.
Foto: Mnemo · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Zonnebloem
Zonnebloemen leveren vooral veel stuifmeel en geven tuinen in de naété extra bijenbezoek.
Foto: Jonson22 · CC0 1.0 · Wikimedia Commons
Phacelia
Phacelia is een bekende bijenplant en groenbemester die lang en rijk kan bloeien.
Foto: Jürgen Howaldt · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Mosterd
Mosterdachtige gele kruisbloemen kunnen op akkers, randen of als groenbemester tijdelijk veel insecten trekken.
Foto: Zeynel Cebeci · CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Klimop
Bloeiende lierre is een van de laatste grote bronnen van nectar en stuifmeel voor de winterbijen.
Foto: Rasbak · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons